Column Sytze de Vries - november 2021

Sytze_de_Vries.png

Vingertje en/of omarming?

Column door Sytze de Vries

‘Gewoon lezen wat er staat’ is het advies dat ik ook zelf nog wel eens wil geven. Maar zo gewoon en eenvoudig is dat nu ook weer niet altijd. Zo struikel ik steevast wanneer het Griekse woord parakalein opduikt. De opeenvolgende woordenboeken geven een dubbele betekenis, die me altijd weer vreemd voorkomt: 1. vermanen; 2. vertroosten. Waarom twee zulke uiteenlopende betekenissen van dat ene grondwoord? Paulus wil het nog wel eens gebruiken aan het eind van zijn brieven, en dan kiezen de vertalers altijd voor vermanen. Is dat soms omdat ze bij deze apostel eerder diens opgeheven vingertje zien dan een apostolische knuffel? Daarentegen is altijd de prioriteit aan het vertroosten gegeven, wanneer het woord in afgeleide vorm terugkomt in het Johanneische paraklètos, de Trooster die Jezus aan zijn leerlingen toezegt. Hoewel ook hier de vertalers zich steeds meer achter het oor krabben: naast de Trooster (SV en NBG) vind ik Gids-en-helper en troost-toeroeper (NV), Pleitbezorger (NBV), Helper (WB en BGT), Advocaat en soms is er ook nog de oude Statenvertaling met zijn onvertaalde verlegenheidsweergave Parakleet.

Wie een beetje concordant denkt, mag dus concluderen dat Paulus en Jezus/de Geest hetzelfde beogen! Maar of dat ook meteen een vermaning is?

De Doopsgezinden hebben vanouds hun – gedoogde – samenkomstgebouwen de naam ‘Vermaning’ (ook wel Vermaanhuis) gegeven. Daar werden de kerkgangers aangespoord door de ‘vermaner’ om de goede weg te gaan van de navolging van Christus en gewaarschuwd daar niet van af te wijken.

Het werkwoord parakalein betekent naar de letter niets anders dan ‘erbij roepen’, ‘oproepen’, in de zin van ‘uitnodigen, opwekken’. Laat die betekenis zich dan soms mee-kleuren met de context? Wanneer bijvoorbeeld in 2 Thess. 3:15 de apostel schrijft om de ongehoorzame broeder ‘niet als een vijand te behandelen maar hem als een broeder te parakalein dan klinkt vermanen veel meer als het heffen van het waarschuwende vingertje vanuit een hogere positie, terwijl de keuze om hem ‘als een broeder op te roepen/erbij te roepen’ beiden op eenzelfde niveau zet, waarbij de broederschap de ruimte biedt voor een appél. Want dat lijkt mij een goede weergave van parakalein: een appèl op iemand doen.

Als ik het beeld van de weg kies, dat kan ik moedwillig van die weg afgeraakt zijn; dan kan dat appèl een waarschuwend, vermanend karakter hebben. Maar als ik verdwaald ben, of door toedoen van anderen van de weg geraakt, geïsoleerd, dan heeft de oproep om mij weer op weg te helpen een omarmend, troostend aspect. Beide kleuren zich als de profetische dan wel de priesterlijke kant van hetzelfde woord verstaan.

Dat is dan ook wat Jezus de zijnen belooft: een Aanspoorder, een Oproeper, in de zin van een Heilig Appèl.