Column Eleonora Hof mei 2021

 

Ben je dan zelf wel religieus?

Als ik nieuwe mensen leer kennen in Ieper, volgt het gesprek meestal een vast stramien. Eerst wil men weten waarom ik in Ieper ben komen wonen. Als ik vertel dat ik de dominee van de Protestantse Kerk ben, geeft dat meestal aanleiding tot heel wat nieuwsgierige vervolgvragen. Een dominee! Een vrouw! Die mag trouwen! En nog wel met een vrouw ook! En die gewoon zelf mag solliciteren op een functie zonder dat daar een bisschop aan te pas komt. Het Protestantisme lijkt zo de godsdienst van de onbegrensde mogelijkheden, als dat afgezet wordt tegen de Katholieke Kerk.

Vaak komen de verhalen dan los over wat er allemaal níet kon in de Katholieke Kerk. Met name twee zaken blijken de oude generatie erg in het verkeerde keelgat te zijn geschoten: verplicht biechten en de verplichting om nuchter te blijven tot de eucharistieviering. Soms volgt op zo’n gesprekje nog een vertwijfelde vraag die mij altijd nogal van mijn stuk brengt: “maar geloof jij dan zelf eigenlijk wel?” Mijn instinctieve reactie zou zijn: “ja, duh, natuurlijk geloof ik, waarom zou ik naar België verhuizen om dominee te worden als ik er zelf niet in zou geloven?”

Maar achter zo’n vraag zit een hele denkwereld verscholen. Protestanten zijn van de vrijheid en niet zo van de regeltjes. Wij kleuren dus niet binnen de lijntjes van wat religies zijn. Want voor veel mensen valt religie samen met allerhande verboden en geboden. Als je het niet zo nauw neemt met alle regeltjes, zal je ook wel niet zo heel religieus zijn. Een 21ste eeuwse variant dus op het atheïsme-verwijt dat de eerste christenen kregen.

Dezelfde verwarring zie ik ook vaak, maar dan meer in Nederland, als mensen mij proberen in te delen in de hokjes “licht” versus “zwaar” of “streng.” Dat levert al snel wat ongemak op, want waar plaats je iemand die niet zo onder de indruk is van allerlei heilige huisjes, maar het geloof toch belangrijk genoeg vindt om een hele carrière aan te wijden?

Hoe laat ik dan zien dat mijn geloof van levensbelang is, en dan op een manier die mijn gesprekspartner ook kan begrijpen? Het geloof vormt namelijk wel degelijk het fundament van mijn leven. Om met de woorden van Psalm 63 te spreken: “Ik ben aan u gehecht, met heel mijn ziel, uw rechterhand houdt mij vast.” Maar hoe communiceer ik deze verwevenheid van mijn ziel met God, als mijn gesprekspartners eerder een overzicht verwachten van de specifieke geboden en verboden van het Protestantisme?

Open vragen nog voor het moment, maar mijn benadering is meestal om iets te laten zien van het belang van spiritualiteit in mijn leven. Hoe belangrijk gebed en meditatie is… praktijken die dan juist weer door veel mensen met Oosterse spiritualiteit geassocieerd worden. De uitdaging blijft staan: om de diepe mystieke, spirituele en levengevende bronnen van ons geloof met enthousiasme toegankelijk te maken.

Eleonora Hof